Colombo, 2 Juli 2006 |
Aan de hand genomen loop ik op mijn hoge hakken door Ho2, een nachtclub in Colombo. Door mijn lengte heb ik overzicht over de hele zaal. Voornamelijk Srilankanen gekleed in uitdagende kleding, prachtig opgemaakte mooie vrouwen en zwoele mannen. Ik maak kennis met de baas van MTV Azie, zijn jonge zoon behangen met sieraden en aan zijn zijde een jonge blanke vrouw. Verder is er dan nog de uiterst jonge lijsttrekker van een politieke partij in Colombo, en de club is vast gevuld met voornamelijk invloedrijke jonge mannen en vrouwen. Mijn Srilankaanse vriend laat me kennis maken met de jetset van Colombo. We hebben gegeten in een Spaans! restaurant. Als toetje had ik tiramisu, en hij koffie met likeur. Die avond drinken we een rode Chileense wijn, mexicaanse Corona en tequilla met citroen. Hij vertelt me dat hij zijn mercedis heeft moeten laten repareren voor 2.5 miljoen rs. De onderdelen moest hij uit Duitsland laten overkomen. Mijn hoofd tolt. Met dat geld kan ik heel wat moois voor de bewoners van Sarana betekenen. Soms moet je maar niet proberen het leven te begrijpen. Dan moet je het gewoon leven. Toch, als we allemaal nou iets van onze luxe, de echte kuxe, zouden doorgeven aan iemand die daar door in zijn basisbehoefte kan voldoen! Luxe verruilen voor basisbehoefte, want dat is wat het verschil maakt.
Een week eerder zit ik in het postkantoor van Ampara. Voor me op de tafel het
pakket dat ik naar een Srilankaanse vriendin wil opsturen. Omgeven door een
groep van acht mannen die met zijn allen naar mij en het pakketje staren. ‘Wat
zit erin’ vragen ze aan mij, en ik (denk ‘hoe leg ik dit uit’
en) zeg o.b’s (is ook wel leuk een beetje verwarring veroorzaken, een
beetje opstandig word ik hier wel van). In eerste instantie zeg ik een kado,
maar dat was niet overtuigend genoeg. De door mij zo zorgvuldig ingepakte doos
moet open (alle pakketen worden gecontroleerd, en je ontvangt je post dan ook
bijna altijd in een ‘staat van ontbinding’, dat heet het valt bijna
uit elkaar). Dus ik pak mijn mes, snij het plakband door, open de doos en laat
acht paar ogen iets nieuws zien. ‘Ah, condooms’ zegt er een. ‘Nou
nee’, zeg ik. ‘ Maar wat is het dan wel’ zegt een ander. ‘Tja,
hoe leg ik dat ik godsnaam uit’ denk ik. Ik zeg iets van vrouwen en ‘hun
periode’ en wrijf over mijn buik. Schijnbaar is dat genoeg, na deze uitleg
en een blik in een van de pakjes o.b’s mag de doos weer dicht. Ik denk
dat hier nog wel over na wordt gepraat, ‘je weet wel die vrouw met die
rare doos’....
O.b’s zijn op het Srilankaanse platteland nog niet doorgedrongen. Hier
worden nog oude lappen gebruikt en echt ouderwets maandverband. Een aantal maanden
geleden was ik op dat sportweekend voor gehandicapten in Colobmo waar ik uiteindelijk
met een van de gehandicapten, Ineka, in een bedje moest slapen, lepeltje lepetje
en ik haar kussen mocht lenen zodat zij met haar hoofd op het harde matras moest
slapen . We sliepen in elk geval met z’n vieren op een kamer. De andere
twee gehandicapten moesten ook samen in een bed. Ik had de dames net een paar
uur daarvoor leren kennen. Zij waren deelneemsters aan het sportoernooi. ’s
Ochtends (05.00) kom ik na het nemen van een douche uit de donkere badkamer,
het licht doet het niet en geen ramen, als Esther mij met een o.b. in de hand
overvalt met de vraag wat dit dan wel is. Tja, een o.b., ongesteld zijn etc.
Ah, of ik kon laten zien hoe het werkt.... Waarna ik een korte uitleg heb gedaan
en vond dat Esther het zelf maar moest inbrengen. Esthers zus is vanaf haar
middel (naar beneden) verlamd. Ze voelt dus ook niets. Ze proberen het in elk
geval uit, en het schijnt een hit te zijn, want ze vragen mij of ik er meer
van heb. Waarna ik mijn moeder vraag mij een hele riedel op te sturen. Zo gezegd
zo gedaan. Nou hoop ik alleen maar dat ze mijn uitleg hebben begrepen met mijn
kanttekening dat een o.b. maximaal acht uur gedragen kan worden. Gelukkig zit
er bij de doosjes een bijsluiter in het Engels (met plaatjes). Hopelijk lezen
ze die zorgvuldig.
Dat brengt mij op een andere gebeurtenis. Via vrienden van Huub (DLFF) kreeg ik een kleine donatie voor het ziekenhuis. Ziekenhuiskleding voor personeel en patienten (je weet wel van die vormloze, met open achterkant jasjes in zacht groen of wit), twee thermometers, twee ‘absorberende lakens (met aan de ene kant een soort van plastic om vocht op de vangen. De dokter vroeg of dit voor eenmalig gebruik of hergebruik is; weet ik veel ben ook maar de overdrager) grote en kleine pleisters en twee bloeddrukmeters. Toen ik voor de uitslag van een onderzoek van een van de meiden uit Sarana naar het ziekenhuis in Ampara afdeling 7b ging nam ik dit alles mee. Vervolgens stond ik aan de dokter en zusters uit te leggen waarvoor wat diende. Alsof ik weet hoe dat allemaal werkt. Het was wel heel ontroerend om al die uiterst blije gezichten te zien. De zusters, waar je meestal geen ruzie mee wilt want ze lopen als bouwvakkers met hun ongeschoren benen en opgetrokken sokken in hun carnavalstenue en norse blik, stonden echt te stralen. Mochten ze dat allemaal houden.... Ja dat mocht en ik zou ze wel vrachtwagens vol willen brengen als ik het geld ervoor had en de middelen.
Bovenbeschrevene zijn een aantal hilarische gebeurtenissen van de afgelopen weken. Ondertussen zit ik in Colombo, heb ik twee dagen doorgebracht met uiteten gaan en wat drankjes nuttigen in de uitgaansscene. Uitslapen, lezen en wireless internetten in het Hilton om de hoek. Mijn koffer staat klaar om morgen in het vliegtuig naar Praag te stappen. Ik ga mezelf loslaten in de wereld waar ik vandaan kom, Europa. De waarden en normen die ik ken, een cultuur waarvan ik ben doordrengd, onzichtbaar door de straten lopen, een broodje kopen voor het gigantische (voor mij momenteel onbetaalbare) bedrag van 4 euro, genieten van lange dagen (hier is het elke avond om 19.00 donker, geen seizoenen), hopelijk kou lijden, mijn ouders, broer, zus en vrieden heel vast knuffelen en me verbazen over mezelf en de wereld om me heen.
Praag, juli 14, 2006 |
Dit is weer andere koek. Een ander leven, een andere kijk met een ander gevoel.
Dit ken ik. Alleen de taal, het Engels zit er nog niet in bij de Czechen, en
dat maakt soms dat ik me alleen voel. Vooral in een groep en men is heerlijk
in gesprek. Dan zit ik er bij en luister er naar maar versta er woordelijk niets
van. In Srilanka heb ik geleerd creatiever te zijn. Je wordt het vanzelf. Je
kijkt naar gezichtsuitdrukkingen, handen, gebaren en langzaam aan begrijp je
uit de non-verbale gebaren wat men vertelt. Dat op zich maakt deze ervaring
interessant. Het is universeel blijkt.
Dat Praag niet de stad van de liefde is maar Parijs heb ik ook ondervonden.
De man waarmee ik vier dagen heb doorgebracht in Sri Lanka in Januari, en die
ik na 5 maanden zou weerzien, is terug bij zijn ex-geliefde. En daar ga ik mij
niet in mengen. Dus ook hier komt de liefde op een zijspoor. Ooit zal ik de
prins op het witte paard ergens moeten tegen komen. Ik zit toch niet stil? Reis
de wereld rond, ontdek en ontdek dat ook mannen niet anders zijn in een ander
deel van de wereld. Vooral zo min mogelijk praten dan vallen de dingen vanzelf
op hun plek. Tja, dat is ook een manier...
Praag is heerlijk. Ik verdrink erin, ben verloren en wil het ook zijn. Soms
kijkt men me na, kijkt men mij indringend aan, en krijg ik aandacht, maar ik
val niet op. Ik ben mezelf, slenter en bewandel Praag en de wegen in mijn eigen
hoofd. Ik hoef niet te zijn, ik ben er gewoon. De zon schijnt alle dagen, het
is warm maar niet verstikkend. Ik winkel, ik ontdek nieuwe wegen en plekken.
Ik geniet. Een ice-caffee in de morgen, een koude witte wijn in de middag en
bier in de avond. Eten dat ik wel met borden tegelijk wil verslinden maar een
maag die protesteert. Alles valt op z’n plek.
De Czechen zijn prachtig, verzorgd, lang, modieus en enorm uitdagend. Ik kan
me niet heugen zoveel bloot in een stad te zijn tegengekomen. Extreem korte
rokken, diepe inkijk. Ach wat zeg ik soms half ontblote borsten. Ik ben zelf
ook niet veel meer gewend. Durf zelf amper een topje met decolette aan na de
lange broeken en longsleeves in een land waar de mussen van het dak vallen.
Behavle in Praag heb ik een aantal dagen rond Orlik, aan een stuwmeer, doorgebracht
met kamperen. In de tent, op een matje tukken, alleen een ijskoude buitendouche
en met de rol onder de arm naar de wc. Wat uiteindelijk neerkwam op niet douchen
want je had de dag al doorgebracht met zwemmen in het meer. En veel bier drinken
wat inhoud dat ik me van een avond niet meer kan herinneren dat we zijn geeindigd
met tequilla. Ik ben wel wakker geworden in de tent. De weg er naartoe kan ik
me nog vaag herinneren. Ook dat ik die dagen extreem goed was in tafelvoetbal.
Een erg leuk spel, terwijl ik niet van spelletjes houd. Dan moest ik nog van
Dominique, een fitnessfanaat lengte 1.75 maar erg breed (zeer beperkt Engels
waardoor erg grappig), al mijn drankjes in ‘control axe’ (een teug)
op drinken. Wat ik uiteraard niet heb gedaan, want ik denk dat ik anders met
een alcoholvergiftiging was geeindigd. Maar wat me natuurlijk wel blijft achtervolgen
omdat David het te pas en te onpas aanhaalt.
David heeft een leuke vriendengroep die met me begaan zijn. Ik ken hen ook van
Sri Lanka. Een vriendengroep met moeilijke namen en met vriendinnen met nog
moeilijkere namen. Ik doe mijn best het te onthouden. Ik ben al geeindigd, via
via, op een echte Czechische vrijgezellenavond, met een heel varken aan spit
(mijn tweede van die dag), en om het half uur een borreltje met de bruid-to-become.
De Czechen zijn trouwens net als de Srilankanen erg goed in dronken worden.
Zowel op de camping als tijdens een voetbal toernooi afgelopen zaterdag, als
in Praag heb ik aardig wat lallende personen zien wankelen. Zelf doe ik goed
mee maar draai mijn hand niet om om met de rugzak, gevuld met de tent, een slaapzak
en ander materiaal, een kleine twaalf kilometer berg op en af hard te lopen.
Al moet ik toegeven dat het behoorlijk zwaar was en de volgende dag een spierpijntje
niet uitbleef. Maar je blijft wel lopen als de zon hoog aan de hemel staat,
de omgeving prachtig is en de i-pod je oren vult met lekkere muziek. Dan zou
je willen dat je je net als zo’n roze konijntje op duracel kon draaien.
Dat er geen einde aan kwam. Maar goed net als aan alles in het leven, er komt
een eind aan.
Nu zit ik in de flat van David, en hij is aan het werk in Slowakije, achter
de laptop en schrijf mijn ervaringen in dit deel van de wereld op. Want ik was
nog vergeten te vermelden dat ik het zelfs tot de Czechische krant heb gered.
Eergisteren zat ik heerlijk met een fles water, in een zomersjurkje aan de fontein
aan Justicni Palac toen een fotografe mij vroeg plaats te nemen aan de fontein,
wat water te drinken terwijl zij foto’s nam die de volgende dag in de
krant zouden worden geplaatst in verband met het warme weer. Ach, ik ben de
beroerdste niet.
En oja, ik lees momenteel Milan Kundera’s ‘Laughable Loves’
in het Engels. Zo toepasselijk. Ik lach de liefde momenteel even uit, en even
niet toe. Heerlijk bevrijdend, zeg ik.